Een meldsysteem is een vooraf opgesteld en algemeen bekend actieplan tegen pesten. Het legt stap voor stap vast hoe er gemeld wordt, wie wanneer ingrijpt om het pesten te stoppen, en hoe de nazorg verloopt.
Stap 1: HOE MELDEN?
Breng in kaart hoe (waar, bij wie en wanneer) kinderen, jongeren en ouders terechtkunnen als er sprake is van pesten of andere problemen. Als er nog geen vaste aanpak is, denk dan na over hoe jullie dit willen implementeren. Bedenk dat de drempel voor kinderen en jongeren om met hun verhaal naar iemand toe te stappen vaak heel hoog is. Zorg er dus voor dat je gemakkelijk aanspreekbaar, veilig en laagdrempelig bent.
Stap 2: AAN DE SLAG MET DE MELDING
Maak een stappenplan om concreet met de melding aan de slag te gaan en het pestprobleem aan te pakken:
Stap 3: NAZORG
Denk na over de nazorg: hoe volgen jullie op dat het pesten ook werkelijk stopt en wegblijft? Zijn alle personen die gepest werden én de omstanders geholpen, of is er extra nazorg nodig om het vertrouwen en de rust te herstellen? Wie doet wat en binnen welke termijn?
Stap 4: COMMUNICATIE OVER HET MELDSYSTEEM
Het plan werkt alleen als iedereen weet dat het bestaat. Bespreek hoe jullie communiceren over het meldsysteem en het stappenplan. Wie willen jullie op de hoogte brengen (kinderen en jongeren, collega's en medebegeleiders, maar ook ouders, buurtbewoners, het CLB, …) en hoe bereiken jullie hen het beste (via een mailing, vergadering, flyer, website, of posters in de lokalen)? Evalueer regelmatig (jaarlijks) of je meldsystemen voldoende laagdrempelig en gekend zijn.
Praten over pesten is nochtans de eerste stap om het probleem aan te pakken.
Laat je inspireren door voorbeelden uit onderwijs, sport en jeugdwerk. Je merkt: het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Ga aan de slag met wat het best bij jouw organisatie past.
Zo is Sarah, vertrouwenspersoon bij schermvereniging De Hallebardiers, het luisterend oor voor de leden. Als jeugdtrainster staat ze dicht bij de kinderen en jongeren, en is ze altijd een laagdrempelig aanspreekpunt. Bekijk haar verhaal in de videoclip hiernaast.
Zo kunnen jongeren, ouders of (bege)leiders ongezien en in alle veiligheid iets posten. Bespreek wie de brievenbus leegmaakt (en wanneer (doe dit heel regelmatig)en wie wat en wanneer met de meldingen doet. Vergeet niet te communiceren dat deze brievenbus bestaat en waarvoor het kan/mag dienen.
P.S. Wist jij dat een fysieke, anonieme brievenbus nog steeds op nummer 1 staat bij onze bevraging aan kinderen en jongeren hoe zij het liefst pesten zouden melden?
Een digitaal meldpunt zorgt ervoor dat pestsituaties online en anoniem gemeld kunnen worden. Iedereen, zowel leerlingen, ouders als medewerkers, kan hiervan gebruik maken.
Sommige scholen hebben een meldpunt via Smartschool. Zo ook Heilige-Drievuldigheidscollege uit Leuven. Zij combineren een meldknop via Smartschool met peer mediation (via Confixers).
Help kinderen/jongeren elkaar te helpen en ondersteunen. Laat hen optreden als meter/peter, vertrouwenspersoon of (leerlingen)bemiddelaar. De stap naar leeftijdsgenoten is vaak kleiner en op deze manier wordt er sneller iets gemeld als ze zich zorgen maken of zich ergens niet goed bij voelen. Zorg wel voor voldoende opleiding en ondersteuning voor deze peers. Denk na over plaats en tijd voor een vertrouwelijk gesprek tussen de peer en de jongere. Dit is tevens onze achtste bouwsteen van een antipestbeleid: Samen oplossingen zoeken.
Maak je meldsysteem visueel en zichtbaar voor iedereen. Hang bijvoorbeeld aan het valven – of een andere centrale plek – foto's op van het volledige team, met naam en functie erbij. Een gezicht kunnen plakken op een naam maakt de stap om iemand aan te spreken een pak kleiner.
Sommige organisaties kiezen ervoor om vertrouwenspersonen tijdens de werking een opvallend shirt te laten dragen, zodat voor iedereen meteen duidelijk is wie op dat moment het aanspreekpunt is. Vergeet in dat geval ook zeker niet op voorhand te communiceren over de functie van deze opvallend geklede personen.
Laat kinderen en jongeren de verschillende hulporganisaties ontdekken. Praat erover en leer hen dat het oké is om een extern luisterend oor in te schakelen indien nodig.
Hang infoposters op plaatsen waar veel kinderen/jongeren komen (zoals toiletten) met hulpverleningscentra en contactadressen.
Op onze site vind je alvast ene overzicht van zulke hulplijnen onde de tab onderaan 'praat erover'
Kinderen kunnen op deze manier anoniem een briefje of tekening achterlaten voor een specifieke begeleider, bij wie zij zich het meeste op hun gemak voelen. Bespreek wel op voorhand hoe je met een melding aan de slag gaat zodat elke begelider weet wat te doen en wie kan helpen indien extra ondersteuning nodig is.
Het 'knuffeltjeslokaal' is een veilige, rustige ruimte waar kinderen zich even kunnen terugtrekken voor troost, rust of een goed gesprek. Het helpt om te ontprikkelen bij stress of angst en zorgt voor een laagdrempelige ruimte om even te luisteren.