Hoe starten we een meldsysteem op?

Een meldsysteem is een vooraf opgesteld en algemeen bekend actieplan tegen pesten. Het legt stap voor stap vast hoe er gemeld wordt, wie wanneer ingrijpt om het pesten te stoppen, en hoe de nazorg verloopt.

Het stappenplan

Stap 1: HOE MELDEN?
Breng in kaart hoe (waar, bij wie en wanneer) kinderen, jongeren en ouders terechtkunnen als er sprake is van pesten of andere problemen. Als er nog geen vaste aanpak is, denk dan na over hoe jullie dit willen implementeren. Bedenk dat de drempel voor kinderen en jongeren om met hun verhaal naar iemand toe te stappen vaak heel hoog is. Zorg er dus voor dat je gemakkelijk aanspreekbaar, veilig en laagdrempelig bent. 

Stap 2: AAN DE SLAG MET DE MELDING
Maak een stappenplan om concreet met de melding aan de slag te gaan en het pestprobleem aan te pakken:

  • Wie volgt de melding op en binnen welke termijn? Laat hier niet te veel tijd overheen gaan. Anders krijgt het kind of de jongere het gevoel dat er niets met de melding gebeurt en dat jullie het niet serieus nemen. Ook al is er niet meteen een concreet antwoord: laat alvast weten dat de melding is ontvangen en dat jullie ermee aan de slag gaan. Geef een tijdsindicatie mee van wanneer ze actie mogen verwachten en hoe dit zal verlopen.
  • Wat gebeurt er als een melding binnenkomt? Wie doet wat?
  • Is het nodig om anderen op de hoogte te brengen? Zo ja, wie (ouders, een vertrouwenspersoon, een leerkracht, een begeleider, de directie, hoofdanimatoren, …)?
  • Weet iedereen waar ze terechtkunnen voor extra ondersteuning? Naar wie kan er worden doorverwezen (is er een API, externe hulp, het CLB, …)?

Stap 3: NAZORG
Denk na over de nazorg: hoe volgen jullie op dat het pesten ook werkelijk stopt en wegblijft? Zijn alle personen die gepest werden én de omstanders geholpen, of is er extra nazorg nodig om het vertrouwen en de rust te herstellen? Wie doet wat en binnen welke termijn?

Stap 4: COMMUNICATIE OVER HET MELDSYSTEEM
Het plan werkt alleen als iedereen weet dat het bestaat. Bespreek hoe jullie communiceren over het meldsysteem en het stappenplan. Wie willen jullie op de hoogte brengen (kinderen en jongeren, collega's en medebegeleiders, maar ook ouders, buurtbewoners, het CLB, …) en hoe bereiken jullie hen het beste (via een mailing, vergadering, flyer, website, of posters in de lokalen)? Evalueer regelmatig (jaarlijks) of je meldsystemen voldoende laagdrempelig en gekend zijn.

    Lees ook 'Aan de slag met de groep bij een pestsituatie'. Heb je hulp nodig bij een pestsituatie, bekijk dan ook onze wegwijzers: zij zetten je op weg.

    Waarom een actie-/stappenplan nodig is?

    • 1 op 4 gepeste leerlingen vertelt niemand over het pesten uit angst dat het erger wordt of omdat ze overtuigd zijn dat er niets zal aan gedaan worden. (bron Teachers4Victims-studie 2021)
    • Uit de Apenstaartonderzoek 2026 gaf 10% van de jongeren aan bij niemand terecht te kunnen om te praten over online pestgedrag.

    Praten over pesten is nochtans de eerste stap om het probleem aan te pakken.

    Ontdek inspirerende voorbeelden uit de praktijk:

    Hieronder delen we je enkele inspirerende voorbeelden uit de praktijk. Er zijn voorbeelden uit onderwijs, sport en jeugdwerk. Neem en kijkje, ontdek dat het allemaal niet heel moeilijk hoeft te zijn en ga ana de slag naar voorbeeld van wat het beste bij jullie organisatie past. 

    In de videoclip hiernaast deelt Sarah, vertrouwenspersoon van de schermvereniging De Hallebardiers, hoe zij als aanspreekpunt deel uit maakt van een laagdrempelig meldsysteem. Sarah staat dicht bij de leden en is ook steeds aanwezig, gezien zij ook de jeugdtrainster is. Ze is het luisterend oor waar de kinderen en jongeren altijd terecht kunnen.

    Installeer een brievenbus op een niet al te zichtbare plaats

    Zo kunnen jongeren, ouders of (bege)leiders ongezien en in alle veiligheid iets posten. Bespreek wie de brievenbus leegmaakt (en wanneer (doe dit heel regelmatig)en wie wat en wanneer met de meldingen doet. Vergeet niet te communiceren dat deze brievenbus bestaat en waarvoor het kan/mag dienen.

    P.S. Wist jij dat een fysieke, anonieme brievenbus nog steeds op nummer 1 staat bij onze bevraging aan kinderen en jongeren hoe zij het liefst pesten zouden melden?

    Voorzie een digitale meldknop via je website

    Een digitaal meldpunt zorgt ervoor dat pestsituaties online en anoniem gemeld kunnen worden. Iedereen, zowel leerlingen, ouders als medewerkers, kan hiervan gebruik maken. Sommige scholen hebben een meldpunt via Smartschool. Zo ook Heilige-Drievuldigheidscollege uit Leuven. Lees hier hoe zij hiermee aan de slag gaan.

    Maak een melddoos met vakjes per animator

    Kinderen kunnen op deze manier anoniem een briefje of tekening achterlaten voor een specifieke begeleider, bij wie zij zich het meeste op hun gemak voelen. Bespreek wel op voorhand hoe je met een melding aan de slag gaat zodat elke begelider weet wat te doen en wie kan helpen indien extra ondersteuning nodig is.

      Voorzie een knuffeltjeslokaal/-hoek

      Het 'knuffeltjeslokaal' is een veilige, rustige ruimte waar kinderen zich even kunnen terugtrekken voor troost, rust of een goed gesprek. Het helpt om te ontprikkelen bij stress of angst en zorgt voor een laagdrempelige ruimte om even te luisteren.

      Checklist

      Doe hier nog eens de check – of je aan alles gedacht hebt.

      • Er is een meldsysteem waar mensen terechtkunnen met hun pestverhaal. Dit kan een brievenbus, een ruimte, een digitale knop en een persoon zijn.
      • Kinderen, jongeren en ouders weten hoe en bij wie ze terechtkunnen voor problemen zoals pesten. We hebben dit via verschillende kanalen gecommuniceerd.
      • We proberen op een laagdrempelige manier aanspreekbaar te zijn voor kinderen, jongeren en ouders. Onze kinderen en jongeren willen dat dit anoniem kan. Houd hier zeker rekening mee.
      • Als we merken dat er iets is, dan spreken we hen daarop aan.
      • We zijn in staat om door te verwijzen naar andere instanties in verband met pesten.
      • We evalueren regelmatig of onze meldsystemen voldoende laagdrempelig en gekend zijn.